Grondwerker II
Context
De grondwerker II is gepositioneerd binnen de uitvoeringsorganisatie van een loonbedrijf. De functie is gericht op het uitvoeren van reguliere handmatige werkzaamheden o.b.v. opdrachten en instructies van de leidinggevende of opdrachtgever. Hierbij maakt hij zo nodig gebruik van handgereedschappen. Hierbij dient functiehouder nauwkeurig te werk te gaan en/of kennis te hebben van specifieke producteigenschappen en/of om te kunnen gaan met wisselende omstandigheden (zoals weersinvloeden, bodemgesteldheid, verkeersinvloeden, etc.) om de kwaliteit en/of voortgang van het werk te kunnen borgen. Dit vraagt om o.m. anticiperen, inschatten, interpreteren van werkzaamheden en omstandigheden.
De functie grondwerker wordt onderscheiden op drie niveaus. De verschillen tussen de grondwerker I, II en III zijn uitgewerkt in de bijlage met Niveau-onderscheidende Kenmerken (NOK).
Organisatie
- • Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende
- • Geeft leiding aan: niet van toepassing
| Taak / resultaat | Resultaat | Criteria |
|---|---|---|
| Voorbereiding | Er is inzicht in de uit te voeren werkzaamheden en daarbij geldende bijzonderheden (eisen e.d.) en voor het werk benodigde materialen en hulpmiddelen (handgereedschappen) zijn zo nodig afgemeten c.q. gereedgemaakt voor gebruik. | effectieve afstemming en samenwerking in- en extern; volgens opdracht/instructie. |
| Uitvoering | Handmatige werkzaamheden zijn (gebruikmakend van de toegewezen handgereedschappen) volgens opdracht/instructie uitgevoerd en gecontroleerd waarbij kleine onvolkomenheden zelfstandig zijn opgelost en grotere onvolkomenheden zijn gemeld aan de leidinggevende. | volgens opdracht/instructie; conform veiligheidscriteria (gebruik PBM’s etc.); conform snelheidseisen; juiste inschatting van/anticipatie op omstandigheden; uitvoeringskwaliteit. |
| Registratie en administratie | Op de opdrachtuitvoering betrekking hebbende gegevens zijn mondeling/schriftelijk doorgegeven (uren, verbruiken, e.d.). | juistheid, volledigheid registraties en administraties. |
| Gebruikersonderhoud | De beschikbare materialen en middelen zijn voorzien van het benodigde gebruikersonderhoud (o.a. schoonhouden/-maken, dagelijks preventief onderhoud, uitvoeren van kleine reparaties) en (technische) collega’s zijn ondersteund bij de uitvoering van periodiek onderhoud. | conform instructie, voorschriften; constatering noodzaak van aanvullend onderhoud. |
| Veiligheid, gezondheid en milieu | De regels/voorschriften met betrekking tot veilig werken, gezondheid en milieu zijn te allen tijde nageleefd en toegepast, zowel voor het eigen werk als dat van collega’s en derden. | aard en omvang van veiligheidsincidenten, overtreding van regels, voorschriften. |
Bezwarende omstandigheden
- Krachtuitoefening bij het handmatig verplaatsen en het hanteren van handwerktuigen/-gereedschappen, materialen en goederen en het assisteren bij onderhoudswerkzaamheden. Inspannende houding bij het gedurende langere aaneengesloten perioden hanteren van handwerktuigen/-gereedschappen/apparatuur en bij het assisteren bij onderhouds-/reparatiewerkzaamheden.
- Hinder van machinelawaai en wisselende weersomstandigheden (regen, koude, warmte) bij het merendeels buiten verrichten van werkzaamheden. Hinder van het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (lawaai, werken met bestrijdingsmiddelen).
- Kans op letsel t.g.v. werken in de nabijheid van gemechaniseerde werktuigen, in aanraking komen met bewegende /draaiende onderdelen en contact met agressieve stoffen.
Kennis en ervaring
- Beperkte vakkennis/vaardigheden en relatief korte inleertijd.
- Ervaring met het hanteren van de voor het werk benodigde handgereedschappen.
- Kennis van geldende procedures en regels.
- VMBO werk- en denkniveau.
- Kennis van en ervaring met de gebruikte methoden en technieken.
- Inzicht in de invloed van omstandigheden (weer, bodem, verkeer, e.d.) op de uitvoering van het werk.
Functie-indeling – Niveau-Onderscheidende Kenmerken (NOK)
| Grondwerker I | Grondwerker II | Grondwerker III |
|---|---|---|
| Focus | ||
|
|
|
| Zelfstandigheid | ||
|
|
|
| Afbreukrisico | ||
|
|
|
| Coördinatie | ||
|
|
|
| Kennis en ervaring | ||
|
|
|



